We koken al jaren uit de kookboeken van restaurant Moro (van Sam & Sam Clark) en hebben er nu ook voor eerst gegeten. Hoewel we de keuken kennen uit de boeken, was het bijzonder verrassend en lekker!
» lees verder in ‘Restaurant Moro’
We koken al jaren uit de kookboeken van restaurant Moro (van Sam & Sam Clark) en hebben er nu ook voor eerst gegeten. Hoewel we de keuken kennen uit de boeken, was het bijzonder verrassend en lekker!
» lees verder in ‘Restaurant Moro’
Paar dagen in London geweest – hij alleen een lang weekend, zij de hele week voor een Summer School over The Cultures of Food, Eating and Cooking (later meer hier over). Niet in Buckingham Palace geweest. Of op Picadilly. Maar vooral allerlei markten en buurten afgestruind. Zoals de wat opgeleukte maar aangename Borough Market op de Bankside:
» lees verder in ‘Op de markt in London’
Ter afsluiting van de European Summer School for Cultural Studies over The Cultures of Food, Eating and Cooking werd er een diner aangeboden in de East Room op de zevende verdieping van Tate Modern met spectaculair uitzicht over London en de Thames.
Het menu begon met makreel en escabeche met mierikswortelsaus. Daarbij een frisse Grüner Veltliner. Het hoofdgerecht was een zalig parelhoenboutje met cannelloni van zwezerik en morilles. Daarbij een fluweelzachte rode Santenay.
Grote teleurstelling was het dessert: ofwel het gebrek daaraan. Er werd slechts koffie en thee geserveerd met droge macarons die naar pinda smaakten. What a shame na zo’n feestmaal! Daarom maar gevlucht naar de bar van het British Film Institute aan de Southbank.

Snel een curry gemaakt: wat verse specerijen in de keukenmachine: gember, chili, galanga, citroengras, knoflook. Dat mengsel in de pan met wat zonnebloemolie. Garnalenpasta erbij. En een blik kokosmelk. Nog wat pak soi en basilicum (helaas niet de thaise - die smaakt zo lekker anijsachtig. Maar gewone ‘Hollandse” gaat aardig als alternatief. Op smaak gebracht met wat vissaus.
Intussen de rijst gekookt met wat dungesneden djeroek peroet. En garnalen op de gril tot ze gaar zijn. Alles bevallig geschikt in een grote kom. En nog wat verse koriander erover.
Simpele salade met verse tomaat, artisjok, beetje bleekselderij, basilicum en knapperig gebakken brood. En een pittige vinaigrette met veel knoflook.
Als je dan toch artificieel vlees kunt kweken, maak het dan een beetje leuk. Ideetje van speculative designer James King. Zodat we ook nog een beetje mee krijgen waar dat vlees ooit vandaan kwam.
Leuk klusje, pappadums bakken. Soort goocheltruc. Veranderen in een een paar seconden van taaie, groezelige hostie door de gloeiend hete olie in een grote, pittige reuzencracker. Onweerstaanbaar.
Lekker bij de curry. Die maakten we deze keer zonder vlees. Alleen wat sperzieboontjes, kokos, verse gember en veel specerijen (kurkuma, komijn, kaneel, kardamom, chili, peper). Daarbij nog een stevig gekruide dal, geurige rijst met limoenblaadjes (ook wel djeroek poeroet genoemd). En natuurlijk de heerlijke appelchutney van moeder C.
Het is nu seizoen voor vette vis als makreel en sardines. Ondergewaardeerde vissen eigenlijk, hoewel gezond, verantwoord en spotgoedkoop. Daarom twee glanzende verse makrelen (à 350 gr per stuk) gekocht voor maar 5 euro. Op z’n Turks klaargemaakt; vrij, naar een recept uit Het Fishes Kookboek.
Landkers-melange, stond er bij nader inzien op het zakje. In de haast meegegrist uit het groenteschap van de buurtsuper. Zie je wel, dachten we. Weer zo’n namaak-groente. Voor de onwetende haastige stadsmens. Die niet door heeft dat het waterkers zou moeten zijn. En die denkt dat op land gekweekte waterkers heel normaal is. Wij wisten wel beter, wij hebben ze door. Dachten we.