En zo ging dat dan in de jaren ’50 en ’60 in Londen:
(via SwissMiss)
We zijn er geloof ik zelfs langs gelopen, het restaurant Ottolenghi in Notting Hill. Maar we kennen het eigenijk vooral van het kookboek Plenty. En daarvan kregen we van gastheer B. een kleine versie uit The Guardian. Slimme manier om je kookboek te promoten – staat nu op onze wishlist.
Want boordevol lekkere mediterrane en aziatische gerechten, allemaal vegetarisch. Zoals deze taart van gekarameliseerde knoflook met geitenkaas. Tikje bewerkelijk (vooral het schillen van die ontelbare knoflooktenen) maar zeer de moeite waard.
» lees verder in ‘Taart van gekarameliseerde knoflook’
Leuke verassing voor de zondagse lunch in London: Restaurant St. John Bread and Wine. Van kok Fergus Henderson. Ook auteur van het kookboek Nose to Tail Eating. Hele eenvoudige, min of meer Britse gerechten en ingredienten. En zo’n beetje alle onderdelen van de geslachte dieren. Daar bleven wij nog wat terughoudend. Niet omdat we het eng vinden, maar meer omdat we zin hadden in een lichte lunch. Zonder hart, pens of varkenskop.
» lees verder in ‘St. John Bread and Wine’
Al slenterend op de Borough Market konden we deze taartjes natuurlijk niet negeren. Eén met kersen en de ander met een soort custard. En gelukkig stonden er iets verderop wat roze tafeltjes en stoeltjes in een parkje. Speciaal voor dit soort taartmomentjes.
We koken al jaren uit de kookboeken van restaurant Moro (van Sam & Sam Clark) en hebben er nu ook voor eerst gegeten. Hoewel we de keuken kennen uit de boeken, was het bijzonder verrassend en lekker!
Paar dagen in London geweest – hij alleen een lang weekend, zij de hele week voor een Summer School over The Cultures of Food, Eating and Cooking (later meer hier over). Niet in Buckingham Palace geweest. Of op Picadilly. Maar vooral allerlei markten en buurten afgestruind. Zoals de wat opgeleukte maar aangename Borough Market op de Bankside:
Ter afsluiting van de European Summer School for Cultural Studies over The Cultures of Food, Eating and Cooking werd er een diner aangeboden in de East Room op de zevende verdieping van Tate Modern met spectaculair uitzicht over London en de Thames.
Het menu begon met makreel en escabeche met mierikswortelsaus. Daarbij een frisse Grüner Veltliner. Het hoofdgerecht was een zalig parelhoenboutje met cannelloni van zwezerik en morilles. Daarbij een fluweelzachte rode Santenay.
Grote teleurstelling was het dessert: ofwel het gebrek daaraan. Er werd slechts koffie en thee geserveerd met droge macarons die naar pinda smaakten. What a shame na zo’n feestmaal! Daarom maar gevlucht naar de bar van het British Film Institute aan de Southbank.