Pheasant

Hadden we nog nooit klaargemaakt, fazant, maar stond al lang op de verlanglijst. Ze heeft een stevige wildsmaak, daarom wordt vooral het hennetje gegeten – de haantjes zijn te sterk van smaak.

Eerst kort aangebraden, dan in de pan de oven in met een lapje spekvet op de borst, om  het vlees niet te droog te laten worden. Het is een nerveus rondrennend vogeltje, dus er zit weinig spek van zichzelf aan.

Ook flink wat wijn erbij (we hadden nog een Zuid-Afrikaanse Chardonnay met “sweempies van gebotterd roosterbrood”). Net als bij de zuurkool, waarin ook wat gerookt spek in blokjes. En natuurlijk jeneverbessen.

Ook nog wat geroosterde aardappeltjes met wat koriander (de kümmel/karwei was op) erbij. En wat Riesling van Sybille Kuntz.