Geroosterde bloemkool met St. Jakobsschelpen en bloemkoolpuree

Al eeuwen hadden we geen bloemkool meer gegeten. Te veel associaties met zware koollucht en weeïge smaak. Maar omdat er nog geen verse lentegroenten zijn en we zo langzamerhand de wintergroenten allemaal al vaak hebben gegeten, werd de bloemkool onontkoombaar. Dan maar eens creatief uitpakken met  bloemkoolpuree én geroosterde bloemkool.

Grotendeels gebaseerd op dit recept, met wat freestylen. Het roosteren is heel simpel: een kwart bloemkool in roosjes “plukken”, op een bakblik met wat olijfolie, peper en zout de oven in. Zo’n 20 minuten op 200 graden; af en toe even omschudden tot ze mooi goudbruin zijn. Kind doet de was. Bij het opdienen deden we er nog een mengsel van gemalen komijn, kaneel en gerookt paprikapoeder over. Niet meer dan een zwuifje, zoals Marjoleine de Vos dat graag noemt.

De andere driekwart van de bloemkool wordt gekookt in groentebouillon met een teen gerookte knoflook – geeft een pittige rooksmaak, kan de bloemkool goed gebruiken. Na afgieten (bouillon bewaren  – zie verder op in deze post) even pureren, beetje nootmuskaat erbij en beetje olijfolie, maakt het zacht.

Daarbij hebben we nog wat spinazie gesmoord, met wat geroosterde amandelen erover. En natuurlijk de St. Jakobsschelpen kort in boter gebakken. Op het bord hebben we daar nog wat vanille-boter overheen gelepeld, hadden we nog in de koelkast bewaard van een vorig feestmaal.

De volgende dag hebben we van de resterende bloemkoolpuree en de bewaarde bouillon nog een soep gemaakt voor bij de lunch. Dus hebben we eigenlijk 3 verschillende soorten bloemkool gegeten in 2 dagen.