Wanneer je even niet weet wat je met kleine verse artisjokken moet doen. En ze toch niet wilt laten bederven: gewoon konfijten. Zodat ze wat langer bewaard kunnen worden maar nog steeds lekker zijn en je ze later in alle rust kunt eten. Bij de antipasti of in een salade.

Onlangs in Rome op de markt op Campo de’ Fiori konden we ons niet inhouden: daar worden zulke mooie artisjokken verkocht in alle soorten en maten. Van de grote hebben we meteen thuis een stoofpot gemaakt met verse tuinbonen. Maar we hadden ook nog een tas vol mooie dichte kleintjes.

Die hebben we dus als het ware gekonfijt: heel langzaam – ruim 3 kwartier – gaar gekookt in vooral olijfolie (om precies te zijn: 2/3 olijfolie + 1/3 water zodat de artisjokken net onderstaan – en nog 1 eetlepel zout, een scheut wijnazijn, wat gekneusde laurierblaadjes, een schil van 1 citroen en een paar takjes majoraan). Daarna de harde bladeren eraf gehaald en ook de harde delen van de steel – als die er zijn.

Gekonfijte artisjokken

En alles weer in een pot met olijfolie gedaan zodat er verder geen zuurstof bij komt. Zo kun je ze nog een paar weken bewaren. En dan bijvoorbeeld op de pizza doen. Of in een salade. Of gewoon zo op tafel zetten met wat focaccia en salade.

(Het idee hebben we uit River Cafe Kookboek Groen)

Mis nooit meer iets lekkers
Wil je voortaan op de hoogte blijven van al dit lekkers op Wat aten zij? Meld je aan voor de updates en ontvang dan zo’n 1 of 2x per maand een bericht in je mailbox.

Laat een reactie achter

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.