Maarten Pauw van Wieldrecht zich met dolk verwerend tegen aanvallend (opgezet) wild zwijn, Henry Pauw van Wieldrecht, 1898 - Rijksmuseum

Een prachtige bout hadden we gekocht bij een slager op de Veluwe. Maar we hebben ‘m verpest. Doordat we niet goed hebben gekeken naar de juiste kerntemperatuur van wildzwijnbout. Aan de apparatuur lag het niet, we hebben een prima digitale vleesthermometer.

Maar dan moet je wel weten wat die kerntemperatuur moet zijn. In onze onnozelheid keken we vlak voor het braden van de bout nog even oppervlakkig op Google. De eerste de beste temperatuur die we tegenkwamen hebben we gebruikt: 70 graden. Maar die was te hoog. Dus is de bout veel te droog en taai geworden. Stom, stom, stom.

Overzicht kerntemperaturen voor verschillende soorten vlees en wild

In de meeste overzichten van kerntemperaturen gaat men uit van 57 tot 62 graden voor een wildzwijnbout. Sommigen houden 65 aan i.v.m. de hele kleine kans op een nare parasiet (trichinella spiralis) maar dan moet je genoegen nemen met een behoorlijk gare bout.

Drie lijsten zijn wat ons betreft het bookmarken waard:

Er zitten dus kleine verschillen tussen die lijsten; dus je moet altijd zelf blijven checken en oordelen. Maar dat geldt natuurlijk voor iedere recept. Bij ons is het prima gelukt met dit eenvoudige recept.

Tip: haal de wildzwijnbout nét iets eerder uit de oven

Nog iets om goed op te letten: haal het vlees uit de oven of van het vuur, vlak vóór deze de juiste kerntemperatuur heeft bereikt. Want de restwarmte stijgt nog even door, en dus ook de garing. En mocht je vlees toch nog niet gaar genoeg zijn, dan kan het altijd nog even terug de oven in. Andersom kan dat niet.

Een mooi rosé gebraden wildzwijnbout

Ook lekker: